Posted in Columns

Geloof mij maar

Geloof mij maar Posted on 19 november 20113 Comments

Rotterdams, Rauw, Rebels & Authentiek. Mensen denken vaak dat ik stoer ben, maar ik ben een zachtgekookt eitje. (Online) marketingcommunicatie is zeg maar echt mijn ding. Net zoals schrijven, tatoeages, lezen, slapen en eten. Let's klets op Instagram en Twitter.

Gelovig? Ik niet. Het lijkt er niet eens een beetje op. Misschien ben ik de atheïst onder de atheïsten. Hoogstwaarschijnlijk beyond atheïsm. Als je het mij vraagt, is God, Allah, Jahweh of in het kort Hij, een verzinsel. Dus misschien moet je het maar niet aan mij vragen. Dat lijkt me beter. Er is geen hiernamaals,  er zijn geen eeuwige jachtvelden, geen gouden poorten, zeker geen 72 maagden en er is vooral geen paradijs. Waar zou dat paradijs in godsnaam, pun intended, moeten zijn? Rechtdoor bij die witte wolk en dan bij de derde wolk links, op het moment dat u een boom met appels ziet moet u rechtdoor en dan een scherpe bocht naar rechts bij de zevende wolk. Als u een roze wolk ziet adviseer ik u door te lopen. Die roze wolk brengt namelijk meer ellende dan die ene appel.

Ik heb praktisch heel mijn leven op christelijke scholen gezeten. Ik had bijbelles en er werd elke ochtend voorgelezen uit een boekje op school met bijbelse teksten. Als ik er nu over nadenk heette dat boekje “De Zoutkorrel”. De zoutkorrel, notabene. Ik zie het wel, die ironie. Jij ook? De verhalen vond ik prachtig, maar ook tegelijkertijd onzinnig. Ik geloofde er net zo in als in de verhalen van de gebroeders Grimm. Vanaf de verplichte bijbelse kost stond ik erg sceptisch tegenover alles wat met Hem te maken had. Grappenderwijs zeg ik ook altijd dat de kerkdeuren voor mijn neus zouden dichtslaan als ik een poging zou wagen de kerk in te lopen. Mocht dat gebeuren, heb ik misschien nog een reden om te geloven.

Atheïsten zijn net zo verschrikkelijk als gelovigen. Iedereen wilt zijn gelijk halen. Zo’n gesprek gaat ongeveer zo: “God bestaat niet.” “God bestaat wel.” “Nee, God bestaat niet.” “Jawel, God bestaat wel.” “Maar de boeken zijn handgeschreven, veranderd en anders wel tegenstrijdig en soms alledrie.” “Maar God bestaat wel, je mag niet twijfelen aan het woord van God”. Zo een dergelijke discussie vind ik totaal zinloos, dus daar begin ik liever helemaal niet aan. Als jij wilt geloven, geloof waarin je wilt geloven. Wie ben ik om te zeggen dat jouw God niet bestaat. Mijn God bestaat niet. Mijn God is mijn geweten. Jouw God is een man, vrouw, blank, getint, baard, kaal, zonnebril, rasta, het is in mijn ogen prima. Ik respecteer jouw geloof. Maar respecteer jij het mijne? Ook al is het geen geloof.

Ik heb vaak het idee dat de atheïst het uitschot van de mensheid is. Een atheïst is de weg kwijt. Zoekende naar zijn God. Hopeloos verloren als hij deze niet kan vinden. Toch voel ik me niet hopeloos verloren. Niet zoekende. Gek, terwijl ik toch geen God in mijn leven heb. De atheïst is wil altijd gelovigen bekeren naar het grote niets. Dat is het doel van een atheïst. Deze is verpest. Het komt nooit meer goed. Ik ben verpest, maar gelukkig was dat al besloten voordat ik bedacht dat God niet bestond. Dus.

Je kan overanalyseren waarom er een God zou zijn, of niet. Je kan blijven doorgaan over het Oude Testament, Nieuwe Testament, Nog Vernieuwdere Testament en alle verzen die in de Koran staan of alle verhalen in de Torah. Ik zeg nee. Ik zeg; laat me met rust. Bekeer iemand anders. Vertel aan iemand anders alle prachtige verhalen over splijtende zeeën, verplichtingen, regels en mensen die driehonderdmiljoen jaar door de woestijn liepen voor een of ander beloofd land. Valse belofte, bleek uiteindelijk, daar woonde al een zooitje mensen. Lekker bezig, denk ik dan.

Toch moet ik in al mijn eerlijkheid toegeven dat als ik zou willen kiezen tussen geloven en welke mij het beste aan zou spreken, met alle nadelen van dien, zou ik voor de Islam kiezen. Ook al mag ik dan geen varkensvlees. En tatoeages. En drinken. En gokken. Come to think of it… laat maar. Misschien boeddhist. Karma, check. Vegetariër uncheck. Helaas. Bij het hindoeïsme mag ik geen biefstukken eten. En in alle religies mag je geen seks voor het huwelijk. Zie je. Ik ben niet gemaakt voor een geloof. Ik ben ook totaal niet bereid om ook maar iets op te geven voor een geloof.

Goed, al met al met al kan je dit allemaal respectloos vinden als je gelooft, maar dat is niet mijn intentie. Als er één jouw geloof respecteert als atheïst zijnde, ben ik dat. Ik zal je nooit proberen te bekeren of argumenten proberen te zoeken om jouw geloof belachelijk te maken. Ik houd altijd rekening met mijn gelovige vrienden en zorg dat als zij blijven eten er halal-vlees is in huis is. halal-vlees voor mijn gelovigen en flessen drank voor mijn wat minder gelovigen. Want geloof mij, het wederzijdse respect weegt veel meer dan in wie of wat je gelooft. Geloof doet gewoonweg niet toe. Echt waar. Geloof mij maar.

 

Rotterdams, Rauw, Rebels & Authentiek. Mensen denken vaak dat ik stoer ben, maar ik ben een zachtgekookt eitje. (Online) marketingcommunicatie is zeg maar echt mijn ding. Net zoals schrijven, tatoeages, lezen, slapen en eten. Let's klets op Instagram en Twitter.

3 thoughts on “Geloof mij maar

  1. Goed stuk, recht voor z’n raap. Het is wat het is en voor iets anders gaat de lezer maar ergens anders kijken! Jij jouw geloof, ik het mijne. Zij het hare, hij het zijne. Alles beter dan ‘wij’ tegen ‘jullie’. Ik respecteer jouw overtuiging zoals jij de mijne respecteert en gelukkig is wederzijdse waardering afhankelijk van meer factoren dan een (on)geloofsovertuiging. Maar bekeer maar gewoon snel, goed? 😉

Wat vind jij?