Posted in Columns

Het moest juist zijn

Het moest juist zijn Posted on 3 november 20114 Comments

Rotterdams, Rauw, Rebels & Authentiek. Mensen denken vaak dat ik stoer ben, maar ik ben een zachtgekookt eitje. (Online) marketingcommunicatie is zeg maar echt mijn ding. Net zoals schrijven, tatoeages, lezen, slapen en eten. Let's klets op Instagram en Twitter.

Kotsend hing ze boven het toilet. Al een paar dagen achter elkaar. Vreemd genoeg altijd in de ochtend. Ze was vierentwintig jaar. Zou ze zwanger zijn? Nee toch? Ze kon niet zwanger zijn. Er was seks geweest, maar met condoom. De gedachten stroomden door haar hoofd. Zou het condoom gebroken zijn? Of gescheurd. Of misschien al kapot in de verpakking. Was de houdbaarheidsdatum verlopen? Ze wist het niet. Ze bleef nadenken. Zelfs met haar gezicht in het toilet.

Ze had haar vriendin naar de Kruidvat gestuurd om een zwangerschapstest te halen. Ze opende de verpakking en haalde er een wit staafje uit met een vreemd, doorzichtig-achtig vlak. Ze bekeek het staafje. “Dus dit kost vijf euro,“vroeg ze zich af. Ze pakte de bijsluiter en begon te lezen. Ze las iets met ochtendplas, één minuut en na vijf minuten niet meer betrouwbaar. Het was al ver in de middag, maar ze hield zich nooit aan bijsluiters. Ze dacht heel even na of ze moest plassen. Ze liep naar de keuken en schonk een glas water in. Deze dronk ze in één teug leeg. Misschien moest ze nu wel plassen. Een minuutje wachtte ze en toen liep ze naar de wc. Met het staafje. Ze liet haar broek op haar enkels zakken en haalde diep adem. Ze plaste op het staafje. Dit hield ze met twee vingertoppen vast. Stel je voor dat ze over haar vingers zou plassen. De gedachte alleen al maakte haar zo goed als misselijk. Niet dat het heel moeilijk was. Haar misselijk maken. Ze werd al misselijk van de regen die op de ramen tikte en de blaffende hond van de buren. Ze veegde zich zelf schoon, legde het staafje in de wasbak en moest een minuut wachten.

Eén minuut spanning. Ze bleef naar het staafje kijken. Het verkleurde in een rap tempo. Dit was geen minuut. Dit was niet eens een seconde. Twee donkerblauwe strepen. Zwanger. Shit. Harstikke pest-pokke-super-zwanger. Ze schudde met de test. De hield de test ondersteboven. Ze draaide de test om. Niks werkte. Het bleven twee donkerblauwe strepen. In het midden van een spierwitte, ondergepieste test. Dit kan niet. Ze trok haar broek op en knoopte deze dicht. In de woonkamer zat haar vriendin te wachten, die haar al had horen vloeken. “Kutding! Dat klopt niet. Dat kan niet.” zei ze toen ze de woonkamer inliep. Haar vriendin keek haar aan en zei voor de rest niets. “Ik wil een abortus” riep ze. “Wat moet ik met een kind?” Haar vriendin bleef haar aankijken. “Weet je dat zeker?” vroeg ze. “Je bent immers al vierentwintig”. Ze werd stil. Ze wist het niet. “Al vierentwintig. Ik heb nog niks gedaan,” zei ze een beetje grimmig. “Ik weet het niet,” en ze rende naar de wc om te kotsen.

Een onenightstand en een baby. Twee dingen die niet met elkaar rijmen, maar erg logisch bij elkaar passen. Kutcondoom, dacht ze. Wat ze nu moest doen wist ze niet. Behalve de dokter bellen, langsgaan en een verwijsbrief krijgen voor de abortuskliniek. De volgende dag kon ze terecht bij de dokter en een verwijsbrief. Dat ze zwanger was vond ze niet zo erg om te vertellen, dat ze moest vertellen dat ze het kind niet wilde houden, deed haar zeer. Veel meer zeer dan ze dacht. Wilde ze dit kind echt niet? Ze begon te twijfelen. Toch belde ze de abortuskliniek gelijk toen ze thuis aankwam. Er kwamen allerlei vragen op haar af en ze beantwoordde deze gehoorzaam. Of ze al eens eerder een abortus heeft gedaan. Of ze zeker wist dat ze het kindje niet wilde houden. Kindje. Ze slikte. Een baby. Een lief klein frummeltje in haar buik, nu ter grootte van een erwt. Ze voelde haar tranen achter haar ogen prikken. Ze keek omhoog recht in de felle tl-buis om tegen haar tranen te vechten. Ze zou dit doen. Kostte wat het kost.

Geen vader, onstabiel inkomen een flutwoning en zelf was ze nog zo onvolwassen als het zijn kon. Dit zou een eerste echte grote-mensen-beslissing worden. Zou ze kiezen voor het kleine leven wat groeide in haar of zou ze kiezen voor het vrije-vogel-leven? Van de abortuskliniek kreeg ze vijf dagen bedenktijd. Of ze het echt wilde. Want de kliniek wilde zeker weten dat ze geen spijt kon krijgen. Vijf dagen waren veel te lang. Of misschien niet.

Vijf dagen verstreken. Ze kon niet beslissen. Ze wist niet wat ze moest doen. De baby in haar buik, ze had het idee dat ze er nu al van hield. Die erwt had zijn plaats veroverd in haar buik en hart. De tranen klopte weer achter haar ogen. Deze keer liet ze de tranen vallen. Ze stroomden over haar wangen. Ze snikte, snotterde en veegde haar neus af aan haar mouw. De tranen vielen op haar trui en ze bleven komen. De vraag wat ze moest doen, was de moeilijkste vraag die ze ooit had gehad. Ze wist het niet. Toch moest ze het vandaag laten weten. Zou ze de erwt houden, of zou ze het weg laten halen. Haar hart wist dat ze dit niet kon doen, maar haar hoofd wist zeker weten dat ze dit niet aan kon. Ze had haar nagels zo ver mogelijk afgebeten. Haar gezicht trok en was droog van de tranen die ze rijkelijk heeft laten vloeien. Ze pakte de telefoon en belde de kliniek. De telefoon ging over, haar hart zat in haar keel. De tranen bleven komen en ze wachtte tot iemand van de kliniek opnam. Ze beet de restjes nagel af die ze had en schrok toen er werd opgenomen. “Abortuskliniek, goedemiddag.” “Eh… eh… goedemiddag,” stamelde ze. “Ik wil graag doorgeven dat de abortus doorgaat.” stotterde ze. Ze snikte aan de telefoon toen ze haar geboortedatum en naam moest doorgeven. Ze maakte een afspraak en hing de telefoon op. Ze snoot haar neus in een stukje keukenrol. Ze had gehoopt dat er een last van haar schouders afviel. Niets bleek minder waar.

De dag van de abortus naderde. Ze had niet gedacht dat haar hart nog harder kon kloppen en dat de dag dat ze de kliniek belde. De deur van de kliniek zag eruit als een betonnen muur. Met het lood in haar schoenen duwde ze deze open met al haar kracht. Ze stapte naar binnen en keek rond. Er zaten een paar vrouwen. Ze voelde een soort van schaamte op haar schouders rusten. Toch was haar angst groter dan haar schaamte. Met gebogen hoofd liep ze naar de receptie en met hakkelende stem vertelde ze wie ze was en hoe laat ze een afspraak had. De receptioniste wees haar een stoel toe en zei dat ze even moest wachten, ze zou geroepen worden. Geroepen? Dus de hele wachtkamer zou weten hoe ze heette? Dat zag ze niet zitten, maar ze had geen keus. Ze werd na vijf minuten naar binnengeroepen door de arts. Of de aborteur. Of verpleegster. Ze wist het niet en het kon haar niet schelen. Zolang het maar snel voorbij was.

Ze moest zich ontdoen van haar broek en onderbroek. Dit deed ze. Ook moest ze op de pijnbank gaan liggen met haar benen in beugels. Ze schaamde zich. Ook al wist ze dat ze niet de enige en vooral niet de eerste was die zo voor de dokter lag. Voor haar idee kon de dokter bij haar naar binnen kijken tot aan haar strottenhoofd. De dokter stelde haar gerust, vertelde dat ze niet de enige was en dat het normaal was dat ze gespannen was. Het hielp niet. Het was goed bedoeld, maar het hielp niet. Ze was in paniek. Haar ademhaling werd zwaarder, haar hartkloppingen hysterischer en haar bloed voelde ze door haar aderen pompen. Ze sloot haar ogen en de tranen liepen vanuit haar ooghoeken naar beneden. De arts bekeek met een echo hoe oud het eitje was en of het nog te aborteren was. Dit was nog mogelijk. Ze wilde niet kijken naar het scherm waarop het eitje te zien was. Het kindje. Maar ze kon zichzelf niet tegenhouden en keek. Ze keek vanuit haar ooghoeken naar het scherm en werd misselijk. Ze wilde kotsen, opstaan en wegrennen uit de kliniek. Alleen dat kon niet. Ze had deze keuze gemaakt en zal het uitzitten. Ze werd verdoofd door een injectie tussen haar benen. De soort-van-stofzuiger werd ingebracht en werd door haar baarmoeder geroerd. Ze verkrampte. Ze voelde haar baarmoeder samentrekken. Ze hoorde zuiggeluiden. Ze wilde zich afsluiten van de wereld en hoopte dat dit gevoel snel voorbij zou zijn. Dat was het ook. Vijf minuten later was alles voorbij. Ze stond op en moest rusten op een kamer. Rusten om bij te komen van de ingreep. Rusten om de verdoving uit te laten werken. Rusten om te vergeten. Dat probeerde ze. Ze voelde zich leeg. De leegte vulde zich met spijt. Ze vroeg zich af of dit juist was geweest. Alleen, juist of niet, ze kon het niet meer terugdraaien.

Het moest juist zijn.

 

Rotterdams, Rauw, Rebels & Authentiek. Mensen denken vaak dat ik stoer ben, maar ik ben een zachtgekookt eitje. (Online) marketingcommunicatie is zeg maar echt mijn ding. Net zoals schrijven, tatoeages, lezen, slapen en eten. Let's klets op Instagram en Twitter.

4 thoughts on “Het moest juist zijn

  1. kippenvel. lijkt me een vreselijke ‘niet kunnen kiezen keuze’ als je die ooit moet maken.
    op je 24e die keuze maken of op je 16e vind ik nog wel een groot verschil trouwens, al wegen de omstandigheden die meespelen denk ik het zwaarst.

  2. Aangrijpend verhaal. godzijdank heb ik nooit voor die keuze gestaan.
    ik realiseer me wel dat kinderen zo ongeveer de enige keuze in onze samenleving is waar je niet op terug kunt komen. ether way niet, maar vooral voor vrouwen. Mannen worden nog wel eens op hun 67e toch nog vader.

Wat vind jij?