Ikke meer

In het weekend kom je altijd naast me liggen in bed. Je kleine koude voetjes druk je tegen mijn benen aan. Je armpjes probeer je over me heen te slaan. Je kruipt helemaal in me. Dit doe je al sinds je je ledikant uit kan stappen. Je komt bijna nooit om te slapen. Nee. Je komt tegen me praten, mijn haren kammen, mijn armen te kriebelen, je koude voetjes warmen aan mijn benen. Of je komt de laptop brengen om samen een film te kijken. Het liefst alle prinsessenfilms die je maar kan verzinnen. En ik doe het graag.

Net zoals bij je broer vond ik je lelijk toen ik je voor het eerst zag. Je was niet groter dan mijn onderarm, je woog net zoveel als tweeëneenhalve pak suiker en je eerste muts paste je niet. Je mutsje was in elkaar geflanst van een doorgeknipte sok van je vader. Meer paste je niet op je bolletje. Zo klein was je. Een poppetje. Een levende Baby Born. Je wangen waren groter dan je hele hoofd en je oren leken wel geïnspireerd door Dombo. Eigenlijk was je ook een klein olifantje met grote oren. En dikke wangen. Ik kon niet ophouden om die dikke wangen te kussen. Tot je helemaal gek van me werd. Enkels die eruit zagen alsof ze er aan gedraaid waren. Net zoals je polsen trouwens. Heerlijk. Je zou absoluut geen prijs verdienen voor de mooiste baby, maar wat was je heerlijk.

Nu vier jaar later ben je nog steeds klein met grote oren. En nog steeds heerlijk. Alleen je bent mooier. Veel mooier. Er is geen meisje dat ik mooier vind dan jou. Er is geen meisje dat ik grappiger vind dan jou en er is geen meisje die ik nog steeds liever kus dan jou. Je bent wijs. Je bent eigen. En je bent eigenwijs. Je bent bijdehand en slim. Natuurlijk zeg ik dat je slim bent, dat hoor ik te zeggen. Ik ben je moeder. Maar gelukkig ben je ook écht slim. En als er één kind lief is voor anderen ben jij dat wel.

Je neemt andere kinderen op sleeptouw die nieuw in je klas komen. Je weet dat ze zich alleen voelen en misschien zelfs ongemakkelijk. Je ontfermt je over hen en je zult met ze spelen tot ze zich thuis voelen. Je bent lief voor anderen. Ook al zou je dat niet verwachten. Als buitenstaander zien mensen een stoere meid die niet zomaar ieder praatje voor waar aanneemt. Een meisje wat precies weet wat ze wil. Een klein meisje, van nog geen meter hoog wat precies doet waar zij zin in heeft.

Net zoals je naar ballet ging voor de eerste keer. Je vond het fantastisch. Ik zag je in het balletpakje en ik zag je benen. Je hebt mijn benen. Ballet wordt niets, was wat ik dacht toen ik die benen onder dat balletpakje zag. Maar je deed harstikke goed mee. Je vond het leuk. Ik dacht dat ik fout zat en dat ik een prima ballerina in de pocket had. Maar niets bleek minder waar. De tweede, derde en vierde keer stond je woest met je armen over elkaar aan de kant. Ik kon je met geen stok in de kring krijgen. Je wilde niet. Ook al liep ik de zaal uit. Je hebt drie kwartier met je armen over elkaar gestaan naast de piano. Boos. Woest. Je wilde onder geen een voorwaarde meer naar ballet. Ik kreeg je niet omgekocht. Voor geen lolly, voor geen Macdonalds. Nee is nee bij jou en dat heb je toen duidelijk laten merken.

Tegenspraak is niet iets waar je voor terugdeinst. Als je geen zin hebt om je kamer op te ruimen zal je het ook niet doen. Wat ik ook zeg of doe. Ik kan op mijn hoofd gaan staan, je vertikt het. Als je geen drinken wil pakken, doe je het niet. Ook al heb je dorst. Meestal krijg je je broer voor je karretje gespannen. En omdat jij zijn kleine zusje bent, doet hij het. Voor jou. Je krijgt alles voor elkaar. Zoals een echte prinses alles voor elkaar krijgt. En als ik heel eerlijk mag zijn, ben je verwend. Een kleine verwende prinses. And i plead guilty. Maar hoe kan ik jou niet verwennen?

Hoe heerlijk ik het vind dat je me altijd een knuffel en een kus komt geven voordat je naar bed gaat. In die volgorde. Hoe je je soms verspreekt en dat je het dan een ‘knussel en een kuffel’ noemt en helemaal in de slappe lach terecht komt door je eigen foutje. Dan hou ik elke keer een stukje meer van je. Hoe je schaterlach het huis vult, vult het huis zich met liefde. Elke keer een beetje meer. Er is niets fijner dan jij die altijd “ik hou van je, mama” zegt als je gaat slapen. “Ik hou ook van jou” zeg ik dan terug. Maar jij houdt altijd meer van mij. “Ikke meer” is dan jouw antwoord. Ik lach erom van binnen, ik weet namelijk dat ik veel meer van jou hou.

Soms kom je midden in de nacht naar me toe. Dan schud je aan me tot ik wakker ben – en we weten allebei dat je dan lang moet schudden – om te zeggen dat je nachtmerries hebt. De liefste schattigste nachtmerries heb je. Voor jou is het eng, voor mij is het lief. Dan kruip je naast me in bed en val je weer in slaap. Ik geniet er van als je naast me slaapt. Je korte lijfje naast die van mij, je knietjes opgetrokken en je duim in je mond. Ook als je verkouden bent en je het hele huis wakker snurkt. Het kan me niet schelen. Ik vind het heerlijk.

Gelukkig snurk je alleen nog als je verkouden bent. Er zijn periodes geweest dat je zulke geluiden altijd maakte. Het leek alsof je stikte. We zijn samen regelmatig bij de dokter geweest. Uiteindelijk bleek dat het je amandelen waren. Je moest geopereerd worden. Ik moest met je mee de operatiekamer in. Ik moest zien hoe je onder narcose werd gebracht en hoe je ogen wegdraaiden alsof ik je nooit meer terug zou zien. Ik was bang. Bang dat ze het verkeerd zouden doen. Een routineklus als amandelen knippen. Voor de doktoren tien op een dag, voor mij de eerste keer. Ik heb in spanning gewacht. Net zolang tot ik je hoorde schreeuwen en je terug in mijn armen had met bloed uit je neusje en een boze bui. Woest was je. Van de pijn. Je snapte er niets van, maar toen je eenmaal kalmer was en veel ijsjes had gegeten vond je het allemaal wel best. Ik ben een mietje, maar dat zal ik jou nooit laten merken. Vrouwen zijn geen mietjes. Wij niet. Niet op de oppervlakte in ieder geval.

Ik heb je helaas, net als je broer, niet het meest ideale gezin gegeven wat ik zou wensen. Maar we staan sterk. Met z’n drieën kunnen wij de hele wereld aan. Ook al ben jij de jongste en eigenlijk ben ik iets makkelijker met jou dan met je broer. Je hebt een stoere grote broer die precies weet wat hij doet en precies vertelt wat hij van je vindt. Er is niemand belangrijker voor jou, dan je broer. Als hij op vakantie is bij Omi dan vraag je altijd na een korte tijd waar je broer is. Je vindt het maar saai zonder hem. Net zoals je broer er altijd voor jou zou zijn, zal jij er altijd voor je broer zijn. Ook al weet ik dat je in de toekomst wel eens ontzettend boos op hem zou kunnen worden. En dat is maar goed ook.

Je bent attent, stoer, lief en direct. Je weet precies wat je wilt. Jij bent overduidelijk een kind van mij. Jou begrijp ik als geen ander en jij laat mij soms mijn haren uit mijn hoofd trekken. Er is niemand zoals jij. Behalve ik dan. Want wat lijk jij op mij. Het is eng, maar er is tegelijkertijd niets leukers dan dat. Jij bent mijn kleine meisje, mijn baby, mijn ‘(ha)biba’, mijn prinses.

En lieve lieve dochter: ‘Ikke Veel Meer’.

 

– You made me the definition of proud. You taught me what this life is really about –

 

11 Comments

  1. jannemiek

    Thamar het was een prachtige baby net als haar broer!! Meisje jij hebt maar één zo’n dame maar ik herken er veel in en inderdaad het is een evenbeeld van jou vroeger en dat zal niet veranderen.Ik hou van jullie allemaal maar Jay heeft het zwaar met 2 van die vrouwen. Hou je haaks oudste kleinzoon <3 !!!
    Je hebt het prachtig geschreven
    Geef ze maar een hoop knussels en een kuffels van Omi

  2. Omdat dit verhaal wéér een goede reden is, zeg ik het gewoon nog een keer: je bent een heldin.

  3. ik heb een beetje kippenvel hiervan. Mooi stuk. Ik zeg: inlijsten,en later aan je dochter geven.

    “Dan schud je aan me tot ik wakker ben – en we weten allebei dat je dan lang moet schudden –”

    love this.

  4. blauwesokken

    Heel erg mooi Thamar! Inderdaad inlijsten en later aan je dochter geven 🙂

Vertel ons wat jij er van vindt