Posted in Columns

‘Maar ze zijn vluchtelingen!’

‘Maar ze zijn vluchtelingen!’ Posted on 14 augustus 20161 Comment

Rotterdams, Rauw & Rebels. Mensen denken vaak dat ik stoer ben, maar ik ben een zachtgekookt eitje. Marketingcommunicatie is zeg maar echt mijn ding. Net zoals schrijven, tatoeages, lezen, slapen en eten. Let’s klets op Instagram en Twitter.

IMG_0341

Ze staat op het balkon. Negen jaar oud, een lange vlecht in haar haar en haar spijkerblouse komt tot aan haar knieën. Ze draagt daaronder een spijkerbroek. Ze staat op haar sokken op het balkon. Er mogen namelijk geen schoenen aan in huis. Haar moeder vind dat niet fris.Ze kijkt naar de kinderen die aan het spelen zijn op het grasveld achter haar huis. Het zijn zes meisjes die bij elkaar staan. Drie Marokkaanse meisjes, één Nigeriaans meisje en één Surinaams meisje. Ze lijken samen te spelen, maar het ziet er niet naar uit alsof het dikke vriendinnen zijn. Ze zijn elkaar aan het afkatten. Hoewel, misschien zijn het dan toch wel echte vriendinnen. Ze troeven elkaar af met het doen van radslagen. Daarnaast zijn ze ook allemaal jury van elkaar. Niemand doet de radslag goed. Er kan geen compliment vanaf. “Ik zeg toch dat je het niet zo moet doen,” zegt het Surinaamse meisje tegen het Nigeriaanse meisje. Tegelijkertijd proberen de Marokkaanse meisjes hun benen te strekken in de lucht. Dat lijkt niet helemaal te lukken, want het zijn nog steeds bokkepootjes die in de lucht gestoken worden. Ze proberen het, dat is al heel mooi. Het meisje op het balkon kijkt nog steeds toe. Ze schudt haar hoofd. “Ze kunnen er helemaal niks van,” zegt ze terwijl ze naar haar moeder kijkt. Die hangt ondertussen de was op en kijkt naar de spelende meisjes.

… het ziet er niet naar uit alsof het dikke vriendinnen zijn. Ze zijn elkaar aan het afkatten. Hoewel, misschien zijn het dan toch wel echte vriendinnen.

Er komen twee andere meisjes het grasveld op gefietst. Abrupt stopt het groepje meisjes met het doen van radslagen. Ze vormen een groepje. Een soort van Berlijnse minimuur van meisjes. Ze staan met z’n zessen demonstratief tegenover de twee meisjes staan. De moeder kijkt, maar heeft geen interesse naar wat de meisjes doen en gaat naar binnen.

Het meisje blijft kijken naar het groepje kinderen. Het lijkt of het haar fascineert, maar eigenlijk wil ze de boel scherp in de gaten houden. De twee fietsende meisjes zien eruit als twee roze zuurstokjes met staartjes op hun hoofd. Onschuldig wilden ze meespelen. “Ga weg!” riep een van de Marokkaanse meisjes. “Ja, ga weg!” “We willen niet met jullie spelen!” De zuurstokmeisjes keken naar elkaar. Het meisje op het balkon stond het schouwspel nog te aanschouwen. “Jullie stinken. Jullie zijn stom!” De meisjes gingen demonstratief met de armen over elkaar staan. Dan leken ze serieus. De zuurstokmeisjes pakten hun fietsen op en dropen zonder wat te zeggen af.

“Jullie stinken. Jullie zijn stom!” De meisjes gingen demonstratief met de armen over elkaar staan.

De zuurstokmeisjes zijn vluchtelingen. Zij wonen een jaar in die wijk. Ze zijn continu slachtoffer van pestende meisjes die vinden dat ze er niet bij horen. Keihard en zonder berouw.

Het meisje op het balkon loopt naar binnen. “Mama, mag ik naar buiten?” “Waarom?” “Die twee meisjes worden gepest en ze hebben het al moeilijk genoeg. Ze zijn vluchtelingen, weet je.” “Hm, oké, en wat wil jij gaan doen dan?” “Ik wil tegen die anderen zeggen dat ze normaal moeten doen. Dat ze niet zo moeten pesten. Het zijn ook maar gewoon meisjes die willen spelen” “Kijk maar wat je doet. Zolang je maar op tijd binnen bent voor het eten.” Ze liep weer naar het balkon. Het groepje was weg, maar de zuurstokmeisjes waren terug. “Hoi!” riep het meisje van het balkon. “Je moet die nare meisjes gewoon negeren hoor. Zij zijn niet aardig. Ze doen ook altijd lelijk tegen mij en ze kunnen geeneens de radslag. Gewoon negeren, oké!” De moeder hoorde niet wat de zuurstokmeisjes zeiden, maar dat was niet nodig. Haar dochter kwam op voor anderen en ze was niet bang. ‘Na het eten krijgt ze twee ijsjes,’ dacht haar moeder trots.

Rotterdams, Rauw & Rebels. Mensen denken vaak dat ik stoer ben, maar ik ben een zachtgekookt eitje. Marketingcommunicatie is zeg maar echt mijn ding. Net zoals schrijven, tatoeages, lezen, slapen en eten. Let’s klets op Instagram en Twitter.

1 thought on “‘Maar ze zijn vluchtelingen!’

Wat vind jij?