Posted in Columns

Onthoofde Barbies, Krayzie Bone en haarlak

Onthoofde Barbies, Krayzie Bone en haarlak Posted on 28 augustus 20118 Comments

Rotterdams, Rauw, Rebels & Authentiek. Mensen denken vaak dat ik stoer ben, maar ik ben een zachtgekookt eitje. (Online) marketingcommunicatie is zeg maar echt mijn ding. Net zoals schrijven, tatoeages, lezen, slapen en eten. Let's klets op Instagram en Twitter.

Ooit onthoofdde ik haar Barbies, hield ik haar boven het trapgat met de vraag of ik haar los moest laten en gooide ik een bus haarlak met volle vaart in haar gezicht. Daar had ze een week een blauwe snuit van en praatte een week niet tegen me. Dat was wel heel erg stil. Dus ik heb plechtig beloofd dat ik nooit meer een bus haarlak tegen haar gezicht aan zou gooien. Alleen om die stilte te vermijden. De silent treatment van je zusje is de ergste die er is. Naast die van je ouders.

Onze verschillen zijn zo groot, maar tegelijkertijd zo klein. We kunnen het ontzettend oneens zijn. En discussiëren kunnen we niet. Dat loopt direct uit op spanningen en ruzie. Dus doen we dat gewoon niet. Ruzie maken kunnen we wel als de beste. Pas geleden nog. Bij het concert van Toto. Als ik in grote ruimtes ben met teveel indrukken en teveel mensen kan ik heel erg getriggerd worden. Ik word agressief. Mensen die lopen te duwen, te trekken, alsof de wereld achter hun vergaat. Allemaal willen ze tegelijkertijd naar buiten. Op het moment dat ik draai met m’n ogen, zucht en geïrriteerd reageer tegen de mensen naast mij zie ik mijn zusje met haar ogen draaien. Als icing on the cake zegt ze nog dat ik me aanstel ook. Ja, dan zijn alle peertjes gaar en ga ik door het lint. Gewoon, direct. Er gaat niet eens een discussie aan vooraf. Helemaal niets. Niet dat ze geïntimideerd raakt ofzo, nee mijn zusje gaat gewoon door. Op een bepaalde manier die ik absoluut niet kan hebben en het mooiste? Dat weet ze. Het enige wat ik dan nog wil doen is haar slaan. Heel hard. Dus loop ik maar met een vaart naar buiten. Bots ik met mijn schouders tegen alle mensen aan, alleen maar om snel buiten te zijn, zodat ik mijn zusje geen linkse verkoop. Want dat wil ik niet. Nadat ik een week ben genegeerd door een bus haarlak probeer ik zo min mogelijk agressie te tonen. Zo min mogelijk hè. Helemaal niets is onhaalbaar. Het is mijn zusje. Er is niemand die zoveel bloed onder mijn nagels vandaan kan halen als mijn zusje.

Naast dat mijn zusje mij wit-en witheet kan maken kan ze me laten lachen. Tot de tranen over mijn wangen lopen, mijn buik zeer doet en ik aan de beademing moet. Ze is volledig gestoord. Droog. Gestrekt. Echt ademnood. Om de stomste dingen, stomste imitaties en de lompste gesprekken. We praten over niks, we praten over alles.

We zijn niet samen opgegroeid. Ik woonde bij mijn vader, zij woonde bij mijn moeder. Dat heeft invloed gehad op onze band. We zagen elkaar alleen in het weekend. Ik sloeg een richting af die niet goed werd ontvangen op het thuisfront – beide thuisfronten – en zij, zij was gewoon rustig. Ze ging voor het eerst uit op haar 17e, was pas voor het eerst dronken ergens begin 20. Ik was dronken op mijn 14e en kon al geniaal jointjes rollen voor een heel leger voor mijn 20e. Misschien weet ik de helft niet van wat ze heeft gedaan in haar puberteit, ik was haar zus maar ik was er niet. Ik was er alleen in het weekend. We vertrouwden elkaar maar we vertelde elkaar niet alles. Ik heb veel gemist van mijn zusje haar puberteit. Daar baal ik soms oprecht van. Ik vind het jammer dat ik de gesprekken over verschillende eerste keren pas had toen we al ver volwassen waren. In contact onderhouden ben ik nooit goed geweest. Ik sprak mijn zusje ook alleen maar als ik haar in het weekend zag. We gingen daarna samen paardrijden, ik nam haar mee naar de kermis – omdat ik gemanipuleerd was – en daarna sliepen we op dezelfde kamer waar we ruziede om wie het licht uit zou doen. Dat was ik dus regelmatig.

Mijn zusje is een volhouder. Een doordrammer. Als ze eenmaal weet wat ze wilt zal ze het krijgen ook. Ook al zal ze er een maand op droog brood voor moeten leven. Wat ze wilt gebeurt, al moet ze daar strontchagrijnig voor worden.  Dat is waar mijn zusje ook heel goed in is. Chagrijnig zijn. Heel goed. Nog beter dan jij, ik en al je vriendinnen bij elkaar. Dan kan je maar beter niet tegen haar praten. Gewoon, voor je eigen veiligheid. Gelukkig is dat niet heel vaak het geval. Tenminste, ik denk niet dat het heel vaak is. Ik zie haar niet zo heel vaak, weet je. Ik heb soms wel medelijden met haar vriendje, maar gelukkig kan hij zo goed relativeren dat ik eigenlijk geen medelijden hoef te hebben. Hij is een bikkel. En zij een snauwkanon. Maar dat is oké, het werkt. Dus dan is het goed. Ik ben blij dat ze hem heeft. Hij is een goeie kerel. Ik ben blij dat zij tenminste wel een goede man heeft gevonden. Ook al moet ze soms een emmer water over zijn kop gooien omdat hij door alles heen slaapt. Maar iedere gek heeft z’n gebrek, dus ook haar vriendje. Hij is een gentleman, rustig en kalm. Laat zich niet gek maken door haar en dat is wat ze nodig heeft. Iemand die continu vol tegen haar ingaat zal een vroege dood sterven. Al dan niet letterlijk. Gelukkig, en dat weet ik natuurlijk gewoon omdat ik mensenkennis heb, kan hij haar ook wel eens goed op d’r plek zetten. En dan zit ze te mokken op de bank. Ik zie het al helemaal voor me. Beentjes opgetrokken met een gezicht op onweer. Boos. En hij gaat dan rustig verder waar hij mee bezig was. En dat kan zij niet uitstaan, maar dat doet-ie lekker toch. Daarna is het gewoon weer goed. Ze zijn raar. Maar het is leuk.

Ze is twee jaar jonger dan ik, drie keer zo droog en vier keer zo slank. Soms vijf keer zo mooi, op haar goede dagen. Gelukkig heeft ze die niet veel, dus dat is weer een geluk voor mij. Zij houdt van Bruno Mars, ik niet. Ik houd van Hip Hop, zij minder. Wij samen houden van Krayzie Bone. Ze haat het dat ik verhuisd ben uit Zeeland en wilt dat ik terugkom. Ik haat het daar en wil dat de hele familie verhuist naar Zuid-Holland. Zij is een rustige, geduldige moeder. Ik ben een strenge, met wat minder geduld-moeder. Zij eet kipnuggets. Ik een Big Mac, maar beide houden we van KFC.  Ze is een moeder, een vriendin, een dochter, een vrouw. Er is niemand die meer moeite doet om mij te snappen  en er is niemand van wie ik zoveel houd op de wereld als mijn zusje. Soms dan.

 

 

Rotterdams, Rauw, Rebels & Authentiek. Mensen denken vaak dat ik stoer ben, maar ik ben een zachtgekookt eitje. (Online) marketingcommunicatie is zeg maar echt mijn ding. Net zoals schrijven, tatoeages, lezen, slapen en eten. Let's klets op Instagram en Twitter.

8 thoughts on “Onthoofde Barbies, Krayzie Bone en haarlak

  1. Prachtig mooi stukje. Over deze zin denk ik hetzelfde bij mijn zusje:’Soms vijf keer zo mooi, op haar goede dagen. Gelukkig heeft ze die niet veel, dus dat is weer een geluk voor mij.”

  2. Kende jullie vrij goed als kleine meisjes, ben jullie een tijd uit het oog verloren (niet uit het hart). Herken dit . Geweldig Tamar. In je woorden zit zoveel!

  3. Heel mooi verwoord!!!! Wauw, even slikken; ik heb ook ywee prachtifge dochters wn wwn aantal dinen zijn heel herkenbaar! Thanx!!!! X

Wat vind jij?