Ik heb geen zin.

Toen mijn zoon ongeveer een paar maandjes oud was, kreeg ik regelmatig de vraag of het een Surinaams kindje was. Als ik daar nee op antwoordde kreeg ik een bedenkelijke blik. “Antilliaan dan?” luidde de volgende vraag. “Nee,” antwoordde ik weer. Ik kon aan de gezichten aflezen dat ze er niets van begrepen. Ik keek ze aan en wilde eigenlijk vertellen dat mijn zoon half Marokkaan was. Toch bedacht ik me en besloot ik dat ik het raadspelletje veel te leuk vond. Ze bleven denken. Ik hoorde de hersenen kraken, de blikken werden steeds vreemder en uiteindelijk kwam er uit: “Moluks dan?” Ik glimlachte. “Nee.” Nu wisten ze het niet meer. Ze keken naar zijn bolle wangen, zijn volle krullende haren en zijn gekleurde huid. “Vertel dan?” vroegen ze. Ik keek ze aan en vroeg ze waarom het nou zo belangrijk was om te weten. “Gewoon, ik vraag het me af,” vertelden ze dan. Ik haalde mijn schouders op en vond het altijd onnodig om te vertellen dus ik vroeg door. “Wat maakt het uit dan als je het weet?” vroeg ik een beetje bits. Ik zag ze denken als ik dat vroeg, maar ik kreeg geen antwoord. Alleen maar een flauw schoudertje omhoog en een bedenkelijk gezicht wat zich duidelijk afvroeg waarom ik zo moeilijk deed.

Ze vroegen niet waarom ik moeilijk deed. Ik zou waarschijnlijk niet eens een antwoord klaar hebben. Nog steeds vind ik het onnodig om de afkomst van mij, mijn kinderen, mijn aanstaande verloofde die nog geboren moet worden of wie dan ook te vertellen en/of te vragen. Enerzijds vermijd ik het ook om irritante, domme, oppervlakkige vragen te beantwoorden. Daar heb ik helemaal geen zin in. Oké, soms kan ik mijn nieuwsgierigheid niet onderdrukken als ik het echt niet kan plaatsen, dan vraag ik het wel eens. Dat werkt best verlichtend, als ik eerlijk moet zijn. Maar zomaar uit het niets? Nee. Totaal onnodig in mijn ogen.

Ik genoot zichtbaar van het stomme raadspelletje. Er werd naar mijn zoon gekeken. Er werd naar mij gekeken. Er werd naar mijn zoon gekeken. Er werd naar mij gekeken. Ze konden het niet plaatsen. Ze wisten het niet en wilden het er bijna bij laten. Tot ineens het kwartje viel. “Is hij Marokkaans?” gokten ze omdat ze geen afkomst meer over hadden. “Bingo,” antwoordde ik. Ik zette mij schrap op de vragen die er zouden komen. Vragen die ik altijd kreeg als men raadde, hoorde of wist dat mijn zoon het bloed van een Arabier door zijn aderen had stromen. “Goh, dat had ik niet gedacht.” “Nee hè? Dat zag ik,” antwoordde ik dan lekker verveeld. Dat ik de vraag altijd kreeg als ik mensen zag die ik al heel lang niet had gezien en niet wisten dat ik verkering had met een volbloed Marokkaanse Arabier. De blikken veranderden niet. Er was geen verlichting te herkennen in hun bedenkelijke gezicht. Het bleef strak staan. Vol met vragen die ze waarschijnlijk niet durfden te stellen, omdat ik ze toch niet wilde beantwoorden. Soms trok iemand zijn stoute schoenen aan en zette mij onder een felle Tl-buis en begon mij te ondervragen.

“Is het dan niet lastig? Ik bedoel, is hij geen moslim? Ben je getrouwd? Heb je geen problemen met de familie? Doen ze niet vervelend? Hoe doe je dat met eten? Ik neem aan dat hij geen varkensvlees eet. Ik bedoel, hij is toch moslim? Mag je wel samenwonen? Moet jij geen hoofddoek dragen? Wat vinden je ouders ervan? Maar je zoon heeft een Engelse naam, hoe dan?” Al deze vragen heb ik allemaal gehad, achter elkaar, los van elkaar, tegelijkertijd. Alsof ik als oorlogsmisdadiger tegen de muur werd gezet in welke willekeurige oorlog dan ook. In alle goedheid die ik in mij heb, denk ik niet dat deze vragen werden gesteld omdat ze een hekel hebben aan Marokkanen. Of moslims, for that matter. Nee, ze wisten het gewoon niet. Ze snapten er niks van en ze waren onwetend. Alleen had ik niet echt veel zin om het ze te leren, maar toch beantwoordde ik de vragen.

“Nee. Ja. Nee. Nee. Nee. Gewoon, eten. Klopt. Ja. Ja. Nee. Wat moeten ze er van vinden? Ik ben jong,” en meer zei ik niet. Op het aller begin vertelde ik nog wel eens wat meer. Hoe ik dat precies deed. Dat ik bijvoorbeeld mijn spekpannenkoekjes in een andere pan bakte en dat ik die kleine al vanaf de get-go vertelde dat hij het niet mocht eten, maar dat hij wel een pannenkoekje kon krijgen met kipfilet. Dat ik geen hoofddoek hoefde te dragen omdat hij het nooit in zijn hoofd heeft gehaald om dat ook maar aan mij te vragen en dat hij wist dat ik die hoofddoek rond zijn keel zou wikkelen. Dat zijn ouders wel hadden gezegd dat het misschien beter was om te gaan trouwen, maar dat ik resoluut weigerde en daar nog steeds dankbaar voor ben. En dat zij altijd ontzettend lief voor mij was en dat ik daar gewoon over de vloer kon komen alsof ik een kind van henzelf was. Dat samenwonen misschien niet zo’n heel goed idee was, omdat ze toch liever hadden dat we zouden trouwen, maar omdat ik zo standvastig in mijn nee was het uiteindelijk geen issue meer was. En dat de Engelse naam mijn schuld was, omdat ik heel veel Arabische namen niet mooi vond en ik mijn zoon per se die Engelse naam wilde geven, maar dat hij uit compromis een tweede naam heeft die wel Arabisch is. En dat mijn ouders er geen shit om geven dat hij Marokkaans is. Dat is wat ik deed aan het allerbegin.

Nu? Nu heb ik daar geen zin meer in. Ik ben moe van het beantwoorden van vragen. Ik ben al 9 jaar moe van het beantwoorden van vragen. Het doet er namelijk niet toe wat de afkomst is van mijn kind. Of inmiddels kinderen. Je krijgt namelijk dezelfde vragen bij een tweede kind heb ik gemerkt. De afkomst van  mijn kinderen is onbelangrijk. Ik begrijp de meerwaarde er niet van en mensen blijven hoe dan ook toch wel conclusies trekken. Of ze nou antwoord krijgen op hun vragen of niet. Ik weet dat sommige mensen het oprecht niet weten en dat ik misschien wel een bitse trut lijk als ik niet antwoord. Heel soms wordt het mij nog wel eens gevraagd. Het liefst slaak ik een diepe zucht, maar ik beantwoord de vraag met dat mijn kinderen Nederlands zijn. Verveelde gezichten zijn weer een antwoord op mijn antwoord. Maar de waarheid is blijkbaar niet goed genoeg? Ik vraag me dan af waarom niet, maar ik vraag het niet. Waarom niet? Gewoon niet. Ik heb geen zin.

 

9 Comments

  1. pfff. ik denk dat ik dit stukje had kunnen schrijvne, als ik ooit kinderen krijg. in ieder geval zijn die vragen zooo herkenbaaaaar. mijn man is dus een hele lichte (berber) marokkaan, en dat vinden mensen dan ooooook weer raar. “hij ziet er niet uit als een marokkaan”.

    thamar. ik word er soms gek van,serieus.
    zijn mensen nou dom
    of benik nou zo slim

    ik gok dat laatste

    • natuuurlijk schrijf ik deze comment vol met tikfouten en dan die laatste opmerking van mij #facepalm #duh

      • Thamar

        Haha, maar dat maakt het niet minder leuk! Tikfouten for the win. Enthousiasme. Of zo.

        Mensen zijn gek, jij ook, maar je hebt Gek en je hebt gek.
        En duh het laatste.

  2. Willem

    Ik mis de vraag “Hebben ze al een stukje van zijn piemeltje afgesneden?”

  3. Goed geschreven, vind het gewoon aso om dat te vragen als een kip zonder kop. En inderdaad, wat maakt het nou uit, het is toch gewoon een kind?

  4. jannemiek

    En nog hele mooie kinderen óók!
    Thamar.28 jaar geleden werden die vragen ook al gesteld,uiteindelijk antwoordde ik maar dat we ze zelf hadden gemaakt en dat best leuk was om te doen.
    Altijd stil daarna.

  5. waarom zeiden ze niet wat ze wilden zeggen? dat ze het niet leuk vinden dat jij geneukt hebt met een marokkaan…; in liefde en oorlog is alles toegestaan.. maar niet als het vrede is en daarom is er oorlog..

Vertel ons wat jij er van vindt